Trouw, 21 april 2009door Mohammed Benzakour

Abou Jajah, Ramadan, Eddaoudi, het is steeds hetzelfde verhaal. Ze worden zwart gemaakt. Ten onrechte, blijkt achteraf.

Natuurlijk, in normale tijden was de ‘kwestie Ali Eddaoudi’ geen kwestie geweest. Een geëngageerde geestelijke verzorger met keurige antecedenten en dito functieprofiel, wat doen een paar onwelvoeglijkheden in een ver columnverleden nog toe? Minister Plasterk en Pim Fortuyn hekelden in hun vorige columnbestaan beduidend scherper het Kabinetsbeleid, maar mochten ongehinderd bij Balkenende aanschuiven. Zo hoort het ook.

Maar voor Eddaoudi geldt, nogal onverholen, een ander meetlat. Heerlijk hoe Hero Brinkman (Pauw & Witteman, 14 april) moeiteloos verwoordt waar anderen met intellectuele rimram omheen zwieren: een pastoor, een humanist, een dominee, een rabbijn, allen zijn welkom bij Defensie, maar moslimsoldaten moeten hun zielenheil maar ‘privé’ verzorgen. Duidelijke taal, een pluimpje waard. 

De kwestie Eddaoudi staat niet op zichzelf. Er ging een straffere kwestie aan vooraf. Tariq Ramadan, de Egyptisch-Zwitserse moslimfilosoof, lag al wekenlang onder vuur. Driftig werd het balletje gekaatst tussen de driehoek Gay Krant - Volkskrant Forum - Leefbaar Rotterdam, met Frits Bolkestein als pitcher achter de coulissen. Dubbele tong, wolf in schaapskleren, fundamentalist, terrorisme-ideoloog, misogyn, homofoob, u kent ‘t rijtje. Jaren geleden al werd eenzelfde vuurtje opgepookt in bepaalde milieus in Frankrijk, tot het wetenschappelijk als ‘hetze’ werd ontmaskerd. Daarna vond de campagne een doorstart in zekere Engelse en Duitse kringen, tot ook daar de ‘kritiek’ luchtfietserij bleek. En toen was Nederland aan de beurt. Sinds met Bolkestein door Ramadan de vloer is aangeveegd tijdens een debat op de Erasmus Universiteit (11 september 2008; zie de videoregistratie op de NMO website) is het startschot gegeven voor een reeks verdachtmakingen, culminerend in het beruchte artikel in de Gay Krant van Henk Krol (tevens oud-persvoorlichter van de VVD) waarin Ramadan beschuldigd wordt van homodiscriminatie. Tot twee weken geleden met een onafhankelijk onderzoek de ‘omstreden uitlatingen’ werden ontzenuwd. Ingewijden wisten het allang: de citaten en insinuaties in de Gay Krant blijken ‘onjuist, tendentieus, onvolledig en uit hun context gerukt.’

Sneu voor het ijverige driehoekje, maar zo gaat het al jaren. Herinnert u zich nog het vitriool dat over de AEL-leider Abou Jahjah werd uitgestort? Baarlijke duivel, antisemiet, ophitser, Hezbollah-terrorist, zelfs riep Bob Smalhout (de Telegraaf) op tot moord.   Tussendoor ontaarden ‘interviews’ in halve kruisverhoren, werden bestuursleden gearresteerd, hoorden we van beroepsverboden, huisinvallen, detenties. Tot zes jaar later (20 oktober 2008) op basis van een forensisch onderzoeksdossier van drieduizend bladzijdes Jahjah door het Antwerpse Hof van Beroep wordt gezuiverd van alle smaad en beschuldigingen. Uiteraard werd hierover mondjesmaat bericht.

De honden blaffen, de karavaan trekt verder. Het recht en verstand spreken goddank het laatste woord: Ali Eddaoudi blijft legerimam en Tariq Ramadan blijft adviseur. Aan Ramadans statuur van internationaal gerespecteerde denker met vierentwintig boeken op zijn naam (niet een bleek Bolkestein gelezen te hebben) is ook weinig veranderd.   

Rest de vraag: wat is dat toch, die bijna masochistische ijver van zelfbenoemde islamcritici om telkens zichzelf zo te ridiculiseren? Ik volg Ramadan al zeven jaar en heb welgeteld zes boeken van de man in mijn kast staan. Ik moet aan ernstige dyslexie en lompheid lijden om over dat modieuze verschijnsel ‘homoseksualiteit’ iets anders te begrijpen dan dit: de islam ziet homoseksualiteit als een afwijking van de natuur, maar het is de plicht van alle moslims zich te committeren aan de wetten en codex van het burgerschap, hetgeen betekent: respect en verdraagzaamheid jegens alle geaardheden. Dát is de brug die Ramadan bouwt tussen orthodoxie en staatsburgerschap; een inspanning die lof verdient, eerder dan modder. Maar ja, bruggen. Liever zien we muren. Want waar bruggen zijn, zijn geen vijanden meer en waar geen vijanden zijn, bestaat geen angst. Dat is saai en onrendabel. Want angst voor het onbekende, voor het vreemde, betekent in het huidige tijdsgewricht hoge kijkcijfers, royale krantenoplages en extra stemmen. Griezelen is heerlijk. Het is de kurk waar de media op drijven, het manna waar de politiek op teert.  

Maar hoe lang nog blijven we dezelfde horrorfilm draaien, gaat dat niet vervelen? Angst heeft, net als drugs, steeds sterker impulsen nodig om nog ten volle beleefd te worden; ze lijdt aan de slijtageslag van de herhaling. Zodat begrijpelijke domheid weldra omslaat in onbegrijpelijke haat. En op den duur alleen nog medelijden resteert, helaas.

Mohammed Benzakour, publicist en columnist

www.benzakour.eu